pascal
Verkiezingen 2010: Bressen in de muur
We kunnen vooruit. We moeten vooruit!
Jeroen Olyslaegers lanceerde op de vooravond van 1 mei een oproep om in juni te gaan feesten in plaats van te gaan stemmen. Ik neem zijn oproep ernstig, ondanks de ironie. Het is niet de eerste maal dat verkiezingen gekleurd worden met feestjes of feesten georganiseerd door schrijvers, muzikanten, theatermakers… Kunst is immers de verbeelding van de werkelijkheid, en in het beste geval van de toekomst. En toch is deze oproep anders.
De 0110-concerten bijvoorbeeld vonden een week voor de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Het waren muzikale feesten als een oproep om te gaan stemmen vóór iets. Deze narrenstoet gaat nergens over, behalve over wat we niet willen. Dit feest is er geen voor de verkiezingen, maar tijdens en tégen de verkiezingen.
Het wijst op een moedeloosheid, die een groeiend aantal mensen overvalt. Het gevoel dat de taalgrens niet langer een administratieve grens is, maar een grens die door het denken zelf van politici loopt. Geen lijn, maar een mentale muur die communicatie onmogelijk maakt. De taalgrens wordt een communicatiegrens. Het virus van de communautaire onverdraagzaamheid, aan beide kanten van die grens, gaat verder dan de traditionele breuklijn tussen Vlamingen en Walen, tussen het Frans en het Nederlands. Het tast stilaan het samenleven zelf aan, in en rond Brussel, en de internationale en economische positie van Brussel, en dus de internationale en economische positie van Vlaanderen. Ik neem aan dat, als Kortrijk en Rijsel elkaar kunnen vinden, Brussel, Antwerpen en Luik dat ook moeten kunnen, over alle administratieve grenzen heen.
Feestjes of feesten tegen verkiezingen, het zijn stenen in een muur van onverschilligheid. Feesten om iets niet te moeten doen, het lijkt op drinken om iets niet te moeten denken. Ik was 12 toen een hele generatie met Pink Floyd scandeerde “we don’t need no education”, en vervolgens ging studeren voor zijn examens. Voor mijn part scanderen we vandaag met zijn allen “we don’t need no elections”, als we morgen maar vol overtuiging naar de stembus trekken. Ons land heeft dringend een ventiel nodig, maar na het ventiel ook weer hoop.
Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen
omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme.
Evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
ongeacht de afloop,
het resultaat.
Het zijn mijn woorden niet. Ik heb niet de ambitie om Europees president te worden. Het zijn de woorden van dichter-president Vlaclav Havel. Het geeft me het voordeel om, naargelang de lezer, een dichter te citeren, of een politicus. Iemand die, om Olyslagers te citeren, tegelijkertijd een vertegenwoordiger is van het systeem dat met de mensen hun voeten rammelt, en een vertegenwoordiger van de literatuur, die het systeem in vraag stelt, en weigert met zijn voeten te laten rammelen. Ik denk namelijk dat verandering mogelijk is, als verbeelding leidt tot engagement, en niet tot een vlucht. Dat verandering mogelijk is als we bressen slaan in de muur, in plaats van er een rij stenen van onverschilligheid op te leggen. Dat verandering mogelijk is als we elkaar oproepen om voor verandering te stemmen, niet als we elkaar oproepen om het stemmen over te laten aan wie geen verandering wil.
Laat dat mijn 1 mei boodschap zijn.
We kunnen vooruit. We moeten vooruit.
Pascal Smet
Vlaams Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel

Pascal
heet

lees meer