onderwijs
Brussels Nederlandstalig onderwijs zoekt een evenwicht tussen openheid en kwaliteit
PERSBERICHT
De komende maanden en jaren zal het Nederlandstalig onderwijs in Brussel een deel van de vergroening van Brussel opvangen. Ik werkte hiervoor een aantal wettelijke drempels weg, en reserveerde 2,5 miljoen euro van de extra middelen die de Vlaamse Regering vrijmaakte voor het capaciteitsprobleem in een aantal Vlaamse Steden. Collegevoorzitter Jean-Luc Vanraes verzamelde de vragen van de Brusselaars en de mogelijkheden van de onderwijsverstrekkers, en tekent een haalbaar plan uit voor meer klassen en meer scholen. Samen willen ze ervoor zorgen dat meer kinderen Nederlandstalig onderwijs kunnen genieten zonder kwaliteitsverlies. Ook Minister Vanraes zal in het kader van het Onderwijsfonds van de VGC middelen vrijmaken om aan de meest urgente noden te lenigen.
Zonder bijkomende grote investeringen op het vlak van infrastructuur, slaagden de Nederlandstalige scholen in Brussel erin om op 1 september 2010, 394 kinderen extra op te nemen, waarvan 235 in de onthaalklassen. Op 1 januari en op 1 september 2011 komen er extra onthaalklassen in Brussel Centrum, Schaarbeek, Koekelberg en Evere, goed voor 290 kinderen op korte termijn, die groeien tot volwaardige scholen met 790 kinderen op middellange termijn. Tegen het einde van deze legislatuur tonen Jette, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek en Etterbeek zich bereid te streven naar een bijkomende capaciteit van ruim 1000 extra plaatsen.
In overleg tussen de Ministers Smet en Van Raes worden de inspanningen en engagementen van de onderwijsverstrekkers gescreend op haalbaarheid en betaalbaarheid, en op de mogelijkheid om de uitbreiding te koppelen aan perspectieven op het vlak van Nederlandstalige instroom en parascolair aanbod.
Dat is onvoldoende om hét capaciteitsprobleem in Brussel op te lossen. Brussel wordt immers geconfronteerd met een bevolkingsexplosie, waardoor de komende 10 jaar minstens 70 nieuwe scholen nodig zijn. Dat is een zaak van alle bevoegde overheden en onderwijsverstrekkers, waarvoor de regie bij het Gewest ligt. Het is een probleem dat Brussel overstijgt – het aantal kinderen uit Vlaams- en Waals-Brabant dat in Brussel schoolloopt, is immers een veelvoud van het aantal plaatsen dat Brussel te kort heeft, vooral in het Franstalig onderwijs.
Pascal Smet en Jean-Luc Vanraes dringen aan op spoedig politiek overleg over hét onderwijs in Brussel, en een gebudgetteerd plan van aanpak, geïnitieerd en gecoördineerd door de Minister President.
Elk kind in Brussel heeft recht op kwaliteitsonderwijs. Voor het Nederlandstalig onderwijs betekent dat: een goede taalmix, aangepaste methodes en omkadering, en een omgeving waarin de onderwijstaal ook effectief gebruikt wordt.
De geest van het GOK decreet, dat streefde naar een goede mix, wordt behouden. Minister Smet paste de voorrangsregels aan aan de noden van de prioritaire doelgroep: scholen mogen tot 55 % voorrang geven aan kinderen van Nederlandstalige/Nederlandskundige ouders. De verklaring op eer van de ouders dat Nederlands een thuistaal is, wordt gestaafd met bewijzen, en taaltesten zullen in de toekomst garanderen dat kinderen voldoende kennis hebben van de schooltaal bij de instap in de lagere school en bij de overgang naar het secundair. Dat is is het belang van die kinderen zelf én van het niveau van de klas.
De samenwerking tussen het Onderwijscentrum Brussel en Voorrangsbeleid Brussel zal versterkt worden, en uitgebreid naar Broso, de ondersteuningspartner voor het secundair onderwijs. Brussel heeft nood aan een coherente en geïntegreerde aanpak op het vlak van ondersteuning en begeleiding, waarbij alle expertise samengebracht wordt, en waar alle scholen een beroep kunnen op doen, met een grote betrokkenheid van de pedagogische begeleidingsdiensten. Minister Vanraes engageert zich om het pakket middelen (1,6 mio euro) dat op dit ogenblik geïnvesteerd wordt in de kwalitatieve ondersteuning van leerkrachten en directies in scholen op het vlak van taal, taalvaardigheid, omgaan met diversiteit, samenwerking met ouders, vorming, blijvend in te zetten voor die doelstelling.
Brede school in Brussel, is een absolute voorwaarde voor kwaliteit. Omdat de omgeving rond de school haast per definitie niet Nederlandstalig is, moet hier vooral ingezet worden op het creëren van een Nederlandstalige omgeving rond de school, eerder dan op methodieken voor samenwerking met wat er is alleen. De Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommisse willen daarom prioriteit geven aan investeringen die zorgen voor een Nederlandstalige omgeving: kinderopvang, infrastructuur voor buitenschoolse activiteiten in het Nederlands, investeringen in Deeltijds Kunstonderwijs. Minister Smet streeft ernaar daarvoor de jaarlijkse dotatie voor gemeenschapsinfrastructuur de komende jaren op te trekken, in 2011 met 2 mio euro. Ook voor het aanbod zelf van brede schoolprojecten zullen bijkomende middelen vrijgemaakt worden, zowel in de begroting Brussel van de Vlaamse Gemeenschap – gestreefd wordt naar een jaarlijkse enveloppe van 700.000 euro, als in de begroting van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Ministers Smet en Vanraes engageren zich om de komende weken een gemeenschappelijke visie en aanpak uit te werken op maat van de noden van de Brusselse kinderen. De inspanningen die de VGC nu reeds op dat vlak levert zullen verder worden geïntensifieerd.
De toekomst van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, en van de kinderen in dat onderwijs, wordt, meer nog dan door bakstenen, bepaald door mensen. Door een overheid die ouders ondersteunt, én die de plaats durft innemen van gezinnen die niet in staat zijn hun kinderen in hun schoolloopbaan te begeleiden. Door leerkrachten die voor Brussel kiezen en op Brussel voorbereid zijn.
De komende maanden maakt Pascal Smet werk van een loopbaanplan voor leerkrachten. Ook andere steden hebben immers niet alleen te kampen met fysieke capaciteit, maar met moeilijkheden om voldoende leerkrachten aan te trekken en te houden, terwijl net de “moeilijkste” schoolpopulaties de beste leerkrachten nodig hebben. Brussel wordt een sluitstuk van dat plan, een sluitstuk dat in samenspraak met de Vlaamse Gemeenschapscommissie én met de leerkrachten op het terrein zal uitgetekend worden.

Pascal
heet

lees meer