pascal
Het startschot wordt gegeven op 30 juli 1967. In Haasdonk, een dorpje met 4.000 inwoners tussen Antwerpen en Sint-Niklaas. Overigens ook de twee plaatsen waar ik studeer. Middelbaar onderwijs bij de broeders in Sint-Niklaas en na de middelbare school rechten aan de Universiteit Antwerpen.
Op mijn zeventiende kreeg ik de politieke microbe te pakken. Het was de tijd van de rakettencrisis en ja, ook ik ging betogen. Net als de Vlaamse socialisten, die waren ook tegen het plaatsen van Amerikaanse raketten in Europa. Het was dan ook maar een kleine stap naar de SP-afdeling van Haasdonk.
Als jonge twintiger werd ik ook zelf politiek actief, als gemeenteraadslid in Beveren en als provincieraadslid in Oost-Vlaanderen. Ook werd ik voorzitter van de jongsocialisten. Begin jaren negentig trek ik weg uit Oost-Vlaanderen. Ik werk dan op het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen in Brussel en ga wonen waar ik werk. In 2000 word ik de Commissaris-Generaal voor de vluchtelingen. Plots wordt België in Europa het te volgen voorbeeld van asielbeleid. Het aantal asielaanvragen loopt terug van jaarlijks 42.000 tot minder dan 20.000. Asielaanvragen worden nu correct behandeld.
In september 2003 duidt Steve Stevaert mij aan als de nieuwe Brusselse staatssecretaris voor sp.a. Ik krijg er de bevoegdheid Mobiliteit. Mijn intrede in de Brusselse politiek gaat niet onopgemerkt voorbij. Brussel mag gerust een stuk ambitieuzer: dat wil zeggen een stuk minder ingewikkeld, groener met meer plaats voor wandelaars, fietsers en openbaar vervoer. De stad blijkt een onuitputtelijke inspiratiebron voor mij als ‘neuve Brusseleir’.
Brussel zit nu eenmaal ingewikkeld in elkaar, wordt vaak gezegd door Brusselse politici als iets mislukt. Ik moet er telkens om lachen. In de politiek ga je om dingen te veranderen. En Brussel biedt kansen.
Na de verkiezingen van juni 2004 word ik Minister van Mobiliteit en Openbare Werken in de Brusselse regering. Met die bevoegdheden wil ik het verschil maken en bewijzen dat mijn voorstellen uitvoerbaar zijn. Openbare werken moeten echt gepland worden en passen in een algemene stadsvisie. Brussel moet autovrijer worden met een zichtbare plaats voor de fiets. En uiteraard wil ik werk maken van aantrekkelijk openbaar vervoer, in eigen bedding en geleidelijk gratis voor bepaalde doelgroepen.
Ik wandel graag in mijn stad. Een stad die altijd wordt gekenmerkt door kranen. En zolang ik kranen zie, kan Brussel altijd verbeteren. Er mag weer gedroomd worden in Brussel.
Na de verkiezingen van juni 2009 word ik Vlaams Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. Ik wil een beleid voeren waarin overleg centraal staat. Bovendien: "Opvoeden van kinderen vereist een veel grotere inzet en competentie dan andere beroepen. De samenleving en de ouders mogen die inzet en professionaliteit van leraars en schoolbesturen verwachten. Het is mijn taak dat mogelijk te maken!".

